Algemene trends uit recent wetenschappelijk onderzoek.

  1. Koolhydraten.
    Hoe meer koolhydraten je eet hoe hoger je bloedsuiker na de maaltijd.
    Let echter op! Dit geldt niet voor iedereen, er zijn ook mensen wiens bloedsuiker nauwelijk reageert op het eten van koolhydraten. Door je bloedsuikerwaarden te meten kom je daar voor jezelf snel achter.
  2. Vetten.
    Hoe meer vet je eet tijdens de maaltijd hoe lager je bloedsuiker na de maaltijd.
    Ook hier geldt dat dit zeker niet voor iedereen geldt. Het is zeker geen goede “standaard” om je aan te houden. Ook hier zul je op basis van jouw persoonlijke meetresultaten een uitspraak over kunnen doen.
    Ben jij wel gevoelig voor koolhydraten, dan kan het best zijn dat een boterham met roomboter veel minder effect heeft op je bloedsuiker dan een boterham zonder. Hier kun je de komende tijd prima mee experimenteren.
  3. Vezels.
    Voor veel mensen geldt dat een vezelrijke maaltijd een wat hogere bloedsuikerwaarde na het eten geeft. Opvallend is echter dat komende maaltijden door de vezels  juist een lagere bloedsuikerwaarde laten zien. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de vezels een effect hebben op je darmbacterien. Dat effect heeft even tijd nodig. Over vezels en bloedsuikerwaarden moet nog het nodige vervolgonderzoek worden gedaan om er echt iets over te kunnen zeggen.
  4. Zout.
    Voor de meeste mensen zal meer zout een wat hogere bloedsuikerwaarde na het eten beteken.
    Overigens blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek dat zout veel minder ongezond is dan we tot nu toe dachten en dat het lichaam erg goed in staat is om grote hoeveelheden zout snel te verwijderen.
  5. Risicofactoren.
    Bij de aanwezigheid van onderstaande risicofactoren blijkt de bloedsuikerwaarde na het eten hoger te zijn:
    – BMI: hoe hoger je BMI hoe hoger je bloedsuiker na het eten. Ook hier zijn er wel onderlinge verschillen. Test het voor jezelf als je een hogere BMI hebt!
    – Hoge nuchtere bloedsuikerwaarde.
    – Hoge systolische bloeddruk: dit is de zogenaamde “bovendruk”.
    – Leeftijd: hoe hoger de leeftijd hoe hoger de bloedsuikerwaarden na het eten.
  6. Microbioom.
    De aanwezigheid van specifieke soorten bacteriën in je darm kunnen je bloedsuikerwaarden verhogen of verlagen. Dat kan in het algemeen gelden, maar dat kan ook gelden bij het eten van specifieke ingrediënten. Over een aantal jaren zou het best wel eens zo kunnen zijn, dat jee een beetje ontlasting opstuurt naar een laboratorium en dat je dan een op maat gemaakt dieetadvies thuisgestuurd krijgt…

Bij elke trend zijn er echter uitzonderingen! Het is van groot belang om er achter te komen wat voor jou persoonlijk geldt!

Meten is weten!