De vijf-staps meting

Het eerste wat je moet doen is vaststellen wat je “baseline” suikerwaarde is. Dit doe je door ’s ochtends, voordat je gegeten hebt, je bloedsuiker te prikken. Je kunt daarmee ook meteen zien of je last hebt van insulineresistentie of, erger nog, je al beginnende diabetes hebt.
Het is belangrijk om deze baselinewaarde te kennen omdat je daardoor straks weet wanner, na het eten, je bloedsuikerwaarde weer terug is naar normaal.

STAP 1: vóór de 1e hap
Als eerste test je je bloedsuiker bij aanvang van de maaltijd, dat wil zeggen voordat je de eerste hap hebt genomen!
Is deze meting hoger dan je baselinewaarde, omdat je bijvoorbeeld nog niet zolang geleden iets hebt gegeten, wacht dan nog even en meet opnieuw voordat je begint met eten om te zien of je bloedsuiker weer terug is op de baselinewaarde.

STAP 2: 30 minuten na de 1e hap
Vervolgens eet en drink je en test je 30 minuten nadat je de eerste hap hebt genomen opnieuw.

STAP 3: 60 minuten na de 1e hap

STAP 4: 90 minuten na de 1e hap

STAP 5: 120 minuten na de 1e hap