Wat ga je testen?

Begin met het testen van maaltijden die je regelmatig eet: je normale ontbijt, een vaak voorkomende lunch of diner. Je begint gewoon met het meten van je bloedsuikerwaarden voor en na het eten van de gehele maaltijd, klaargemaakt zoals je dat gewend bent. Drink er ook bij wat je gewend bent!
Je kunt uit de gegevens die je verzamelt veel duidelijkheid krijgen.

Test voeding en drank die je graag zou willen eten/drinken, maar die je vermijdt omdat je denkt dat je er dik van wordt of omdat je denkt dat deze voeding ongezond voor je is. Dit zijn je “guilty pleasures”. Bijvoorbeeld roomijs of chocolade of die heerlijke roomboterkoekjes…

Test ook de voeding die je eet omdat je denkt dat die juist heel goed voor je is, maar die je eigenlijk helemaal niet zo lekker vindt. Misschien levert een deel van deze voeding wel suikerspiegelpieken op, dan kun je ze gerust uit je dieet schrappen!

Test maaltijd ingrediënten waar je nieuwsgierig naar bent, zoals bijvoorbeeld rijst, brood, pasta, bier, wijn, cocktails e.d. Je moet deze dan wel apart eten, zonder iets anders.

Tenslotte kun je ook afhaalmaaltijden of restaurantmaaltijden testen. Ook al weet je vaak niet precies welke ingrediënten erin zitten, is het toch van belang om te weten of het verstandig is dit voedsel te blijven eten.

Het is handig om, voordat je begint een lijst te maken van maaltijden en/of ingrediënten die je wil testen.
Klik hier om een Excel-bestand hiervoor te downloaden.